HEERLIJCKHEID

DIEPENHEIM

De naam Lente Heerlijckheid is natuurlijk niet zomaar gekozen! Want waar komt de naam Heerlijkheid nou eigenlijk vandaan? Historie en traditie spelen hierbij een grote rol. En die willen we graag levend houden. Een heerlijkheid is een bezitting van een heer (of vrijheer, in het geval van een zogenaamde hoge of vrije heerlijkheid) waaraan bepaalde heerlijke rechten zijn verbonden. Als bestuursvorm kwamen heerlijkheden voort uit een feodale onderverdeling van het overheidsgezag in de middeleeuwen.

Met de term heerlijkheid wordt dan aangeduid het territorium of leen van een landsheer, die in dit gebied de volle heerlijke rechten uitoefende. Grotere heerlijkheden konden wel land worden genoemd. Bij een landsheerlijkheid was de heer soeverein, dat wil zeggen aan geen hoger landrechtelijk gezag onderworpen.

Diepenheim is een van de acht middeleeuwse steden in Twente. Het is ontstaan in de heerlijkheid Diepenheim, die eerst in bezit was van de Heren van Diepenheim en in de tweede helft van de twaalfde eeuw door het huwelijk van de erfdochter Regenwice van Diepenheim in handen kwam van de graven van Dahl. In 1331 werd de heerlijkheid verkocht aan de bisschop van Utrecht. In 1224 werd de kapel van het Huis Diepenheim verheven tot parochiekerk en het bijbehorende grondgebied afgescheiden van de parochie Markelo, waar Diepenheim tot dan kerkelijk toe behoorde. De kerk is gewijd aan de Johannes de Evangelist en doet sinds de 17e eeuw dienst als Nederlands-Hervormde kerk. Gedurende de Reformatie ging de bevolking van Diepenheim overwegend wél over tot het protestantisme, maar bleef de bevolking van de tot Diepenheim behorende buurtschap Markvelde in grote meerderheid Rooms-katholiek.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Twentse steden Enschede of Oldenzaal, is de industrialisatie in de 19de eeuw en daarna aan Diepenheim voorbijgegaan. Het is qua inwoners de kleinste Twentse stad gebleven. Vandaar de troetelnaam Stedeke. Mede door de aanwezigheid van de feodale landgoederen en kastelen rondom de kern heeft het door de eeuwen heen zijn landelijke karakter behouden. Tot ver in de 20e eeuw is arbeid in de agrarische sector de belangrijkste bron van inkomsten voor de inwoners geweest. Voor zover bekend heeft Diepenheim officieel nooit stadsrechten gekregen. Wel schijnt de heer van Diepenheim een soort stadsrecht te hebben verstrekt. Een document daarover zou in 1597, toen het oud-archief door brand is verwoest, verloren zijn gegaan. Het stadsrecht is in 1602 opnieuw op papier gezet in de vorm van het nieuwe stadsboek.

Diepenheim kent, als een van de weinige plaatsen in Nederland, een traditie van borgmannen.